‘Kwaliteit is nooit toevallig’
Waarom is de ene organisatie succesvoller dan de andere? En welke rol speel je daarin als leidinggevende? Prof. dr. Lidewey van der Sluis (Hoogleraar Strategisch Talent Management aan de Nyenrode Business Universiteit en keynote speaker vanuit haar eigen praktijk) spreekt over zuurstof geven, verouderd ‘baasdenken’ en de kunst van leiderschap.
“Ik kwam deze tekst jaren geleden tegen tijdens een hardlooprondje. Het stond op de bus van een installatiebedrijf. En die woorden zijn me altijd bijgebleven. Er zit zo veel achter. Je kunt Max Verstappen of Lionel Messi heten en enorm veel talent hebben. Maar ook aan hun succes is ontzettend veel training voorafgegaan. Niemand is zomaar ergens goed in, of je nu talent hebt of niet. Kwaliteit komt door een lang traject waarin je keuzes moet maken. En dat geldt ook voor mensen die in het bedrijfsleven, de techniek of bij de overheid werken.”
“Zo scherp zou ik het niet willen stellen. Wel zie ik dat sterke organisaties dat oude hiërarchische organogram hebben losgelaten. Feitelijk opereren ze in twee takken van sport. Aan de ene kant is er het vakmanschap. Dat krijgt maatschappelijke waardering en aandacht, want daar zit de vakkundige kwaliteit van het bedrijf. Aan de andere kant is er het ‘bedrijfsbureau’, dat zorgt dat de technici goed kunnen functioneren. En ook dat runnen van de organisatie is een vak. Daar zit mijn expertise: de bedrijfskundige kant van de organisatie.
In het oude denken wordt de bedrijfskundige kant niet altijd als een apart vak gezien. Het is nog vaak zo dat de beste technici doorgroeien naar leiderschapsfuncties terwijl dat toch echt een andere discipline is. Dat gaat dus niet altijd goed. Weet dat de kwaliteit van de managementkant in grote mate je aantrekkingskracht als werkgever bepaalt. Ook technici willen werken bij een organisatie met goede leidinggevenden die zorgen dat alles goed geregeld is. Dat het bedrijf the place to be is. Zeker in de huidige krappe arbeidsmarkt.”
“Het ‘baasdenken’ is iets uit het verleden. Tegenwoordig is je primaire taak als leidinggevende om je collega’s te faciliteren en te motiveren opdat zij zo goed mogelijk kunnen functioneren. Met opleidingen, goede begeleiding, goed gereedschap, een fijne sfeer, interessante klanten en mooie projecten, bijvoorbeeld. Binnen die randvoorwaarden kunnen technici hun werk optimaal doen. Simpel gezegd: ga naast je mensen staan. Niet erboven.”
‘Uiteindelijk komt het op je mensen aan. Zij kunnen een organisatie laten vliegen.’
Je sprak in je masterclass over zuurstof toedienen. Waarom is dat zo belangrijk?
“Omdat de organisatie niet moet gaan bestaan uit eenlingen die alleen hun eigen ding doen. Dat is heel slecht voor je bedrijf. Je wilt juist het ‘één-plus-één-is-drie’-effect krijgen. Zonder eilandjes. Om een organisatie te laten functioneren als bruisend geheel, moet er zuurstof in de lucht zitten. Dat is ruimte voor verbeeldingskracht, ontwikkeling en vernieuwing. Zuurstof is nodig om menselijke energie vrij te laten komen, om medewerkers in vuur en vlam te zetten en ze bevlogen te laten raken. Daar ben jij als leidinggevende verantwoordelijk voor. Niemand anders kan het zuurstofgehalte in een organisatie zo beïnvloeden als een leidinggevende.”
“Van HR-softwaresystemen en allerlei goede arbeidsvoorwaarden, hoe belangrijk ook, wordt een bedrijf niet the place to be. Uiteindelijk komt het in organisaties echt op mensen aan. Hoe gaan zij met elkaar om? Hoe zien zij hun werk? En wat betekent het werk voor hen? Medewerkers kunnen een organisatie laten vliegen. Aandacht voor mensen en het gezamenlijke doel verbindt mensen met elkaar en de organisatie. Daar zou elke leidinggevende zich bewust van moeten zijn, juist ook in een technische branche als de installatietechniek. Want hoe technisch het werk ook is: wat er tussen mensen speelt, doet ertoe. Mensen blijven mensen. Met zintuigen, emoties, ambities en behoeften. Blijf als leidinggevende dus mens. Wordt geen robotachtig loket. Doe je dat wel, dan ontstaan er veel vacatures. Mensen zoeken naar mensen als collega.”