De nieuwe mbo-kwalificatiestructuur
De techniek verandert snel — en het onderwijs beweegt mee. Daarom is de kwalificatiestructuur van de mboopleidingen in de installatiebranche vernieuwd. Wat betekent dit?
Met de kwalificatiestructuur worden de opleidingen flexibeler en sluiten meer aan bij de praktijk. In dit artikel lees je waar we nu staan, hoe deze nieuwe structuur is opgebouwd en wanneer scholen ermee aan de slag kunnen.
Van algemeen naar specifiek: waar gaat dat over?
De kwalificatiestructuur is het fundament van de mbo-opleidingen. Hierin staat straks meer abstract en ruimer beschreven wat vakmensen moeten kennen en kunnen.
Daarbovenop komen contextprofielen. De contextprofielen ondersteunen onderwijsmakers bij het maken van onderwijs op basis van de nieuwe kwalificatiedossiers.
Hierin wordt specifiek beschreven hoe het onderwijs aansluit op contexten als utiliteit, woningbouw, industrie of service & onderhoud. Met deze profielen is het mogelijk om snel nieuwe ontwikkelingen of gewijzigde wetgeving op te nemen, zonder dat de basis óók moet worden aangepast. Dit maakt een aanpassing sneller en eenvoudiger.
Waar staan we nu met de kwalificatiestructuur?
De kwalificaties voor niveau 2 en 3 zijn door SBB voor 90% uitgewerkt. Deze zijn recent beoordeeld in een online achterbanraadpleging, waar 100 vertegenwoordigers aan meededen, de helft uit het onderwijs en de helft uit het bedrijfsleven. Dankzij de samenwerking tussen onderwijsinstellingen, SBB, de MBO Raad, Techniek Nederland, de NVKL en Wij Techniek ontstond een breed gedragen beeld.
Wat zijn de belangrijkste uitkomsten?
1. De basis van de kwalificatiestructuur wordt als duidelijk, werkbaar en toekomstgericht ervaren.
2. Er is brede behoefte aan goede contextprofielen om verder op te bouwen.
3. Alle feedback wordt nu verwerkt in de vervolgaanpassingen; de branche blijft actief monitoren of dit op de juiste manier gebeurt.
Hoe gaan we verder specificeren?
De kwalificaties zijn breed en toekomstgericht beschreven. Nu is het tijd om ze te vertalen naar contextprofielen, de bouwstenen waar scholen mee aan de slag kunnen. Deze profielen beschrijven concreet welke technieken, rollen en vaardigheden er nodig zijn binnen een bepaalde context. Zo kunnen scholen specialistischer of juist generalistischer gaan opleiden.
Voor het ontwikkelen van de contextprofielen onderzoekt CINOP landelijk en regionaal:
-
Welke inhoud er precies nodig is,
-
Hoe groot het draagvlak is,
-
Welke werkwijze het beste past,
-
En wat scholen verwachten van bedrijven.
Tegelijk start de uitwerking van twee nieuwe kwalificaties voor niveau 4; elektrotechnische installaties en werktuigkundige installaties.
De contextprofielen worden gezamenlijk ontwikkeld door onderwijs en bedrijfsleven. Dat zorgt voor een actuele aansluiting met de praktijk waarbij veranderingen snel kunnen worden doorgevoerd, terwijl de kwalificatiestructuur als fundament stevig overeind blijft.
Vooruitkijken
De verwachting is dat de nieuwe structuur lang mee kan en dat je veranderingen kunt opvangen in de contextprofielen. Zo bouwen onderwijs en branche samen aan toekomstbestendig beroepsonderwijs dat aansluit bij de praktijk én bij de behoeftes van bedrijven én studenten.
Conclusie
Hieronder is te zien wat de onderwijskwalificatie inhoudt voor studenten, scholen en bedrijven.