Generatie Z is niet moeilijker, ze zijn gewoon anders
Jongeren van Generatie Z zijn niet moeilijker, zegt pedagoog en Gen Z-specialist Janneke ter Bille. Ze zijn gewoon anders. Je kunt morgen al beter met ze omgaan. Als je ook kritisch kijkt naar je eigen gedrag als praktijkopleider of leidinggevende: hoe ga je zélf eigenlijk om met de jongeren op de werkvloer?
Tijdens een lezing voor Wij Techniek kwam Janneke ter Bille (Conduct10 en auteur van het recent verschenen De Generatiespiegel) er al gauw achter dat de ervaringen met Gen Z in de installatietechniek niet veel afwijken van wat ze in andere sectoren tegenkomt. “Ook voor de installatiebranche is Gen Z een enorm belangrijke doelgroep. Maar het is er ook eentje waar je bijvoorbeeld als praktijkopleider af en toe behoorlijk op kunt afknappen.”
Smartphone
Gen Z’ers (geboren tussen 1997-2012) zijn de generatie die al een paar jaar werkt of nog moet toetreden tot de arbeidsmarkt. Het is de eerste generatie die is opgegroeid met de smartphone. “Daar zijn ze aan vastgeplakt, vindt de oudere generatie”, zegt Ter Bille. “Dat is best een cliché – wijzelf gebruiken die telefoon ook volop. Maar voor Generatie Z heeft het meer gevolgen omdat hun brein nog in ontwikkeling is.”
‘Wat vroeger werkte, werkt niet meer’
Nieuwsgierig
“En dat brein wordt anders gevormd door de constante prikkels die Gen Z’ers krijgen. De keuzes zijn eindeloos. Ze gaan ook anders om met autoriteit en feedback. Dat botst met wat wij gewend zijn.” Tegelijkertijd ziet Ter Bille dat Generatie Z ook heel nieuwsgierig is. “Dat vind ik wel heel kenmerkend voor deze generatie. Ze willen heel graag weten hoe iets werkt. En dat is natuurlijk iets heel positiefs, zeker in de techniek.”
Uitersten
Gen Z heeft op de werkvloer vaak te maken met Generatie X (1965-1980) of Millennials (1981-1996). “Die zijn veelal opgegroeid met een mentaliteit van niet lullen maar poetsen”, zegt Ter Bille. “Maar wat vroeger werkte, werkt niet meer. In hun omgang met Gen Z zie ik dat oudere collega’s bbl’ers alles tot vervelens toe willen uitleggen óf ze klappen juist dicht en komen niet verder dan: maar ik heb toch gezegd dat we het gewoon zo doen? Dat zijn twee uitersten die niet werken.”
Te Bille: “Kijk zelf maar eens in de spiegel: voor jou werkt het zeer waarschijnlijk ook niet als je dit constant zo te horen krijgt. Jij wilt als begeleider of leidinggevende ook serieus genomen worden. En dat willen de jongens en meiden uit Gen Z ook. Anders haken ze af of gaan ze in de weerstand. In de basis verschillen we allemaal dus niet zo veel van elkaar. Maar wij vinden wél dat ze anders reageren.”
Positief effect
Wat levert het op als je wél in contact blijft met je jonge medewerkers? “Je krijgt ze mee als ze zich gehoord en gezien voelen”, zegt Ter Bille. “Dat ze merken dat hun mening ertoe doet. Dan krijg je jonge medewerkers die initiatief nemen, loyaal zijn, graag willen leren, nieuwsgierig zijn en trots zijn op hun werk. En het heeft ook een positief effect op de collega’s: die krijgen meer energie terug als de omgang niet alleen voelt als trekken en duwen. En vergis je niet in de effecten daarvan. Uiteindelijk leidt het tot minder uitval en verzuim en meer stabiliteit in het bedrijf.”
Sleutel
Een betere omgang met Gen Z begint bij jezelf, stelt Ter Bille. “De sleutel ligt bij jou, niet bij hen. Je zult anders naar deze generatie moeten gaan kijken, anders los je de generatiekloof niet op. Gen Z’ers zijn niet per sé moeilijker, ze zijn gewoon anders. Dus zullen we ook anders met ze moeten omgaan. Zonder te pamperen, want daar wordt niemand beter van.”
‘De sleutel ligt bij jou, niet bij hen’
Babbeltje
Te Bille: “Je hoeft echt niet met iedereen dikke vrienden te worden. Maar uiteindelijk gaat het wel om de menselijke verbinding. Vanuit die relatie krijg je dingen gedaan, dus investeer daarin. Zonder relatie geen prestatie. Dat begint gewoon met een babbeltje. Of samen wat lachen. Daar is niks ingewikkelds aan. En het maakt het werk zoveel leuker als het lukt.”
Autisme
In haar werk heeft Janneke ter Bille ook te maken met jongeren met autisme. Hoe laat je die het beste functioneren? “Iemand met autisme is vaak oprecht geïnteresseerd in het vak. Er zit een bepaalde drive achter, die verder gaat dan bij jongeren zonder autisme. En mensen met autisme kunnen heel precies werken. Dat is echt goud waard in de techniek – zeker als je ze de ruimte geeft om te ontdekken waar hun kwaliteiten liggen.”
Duidelijkheid
“Jongeren met autismespectrumstoornis varen wel bij voorspelbaarheid”, zegt Ter Bille. “Zorg dus voor duidelijkheid, liefst met vaste routines en schema’s. Geen vage opdrachten, anders lopen ze vast. Dat kost ze onnodig veel energie. Die kunnen ze veel beter richten op hun werk en zo juist hun sterke kanten zo goed mogelijk benutten.”
De tips van Janneke ter Bille voor een betere omgang met Generatie Z:
1. Stel meer vragen dan je antwoorden geeft.
Wees nieuwsgierig, zonder oordeel.
2. Geef betekenis aan het werk.
Dus het wat en hoe, maar waarom, maar ook voor wie: voor de klant, voor het team, voor de toekomst van het vak. Gen Z wil weten wat hun bijdrage doet.
3. Feedback werkt alleen als er eerst contact is.
Geen relatie = geen invloed. Investeer eerst in de verbinding.
4. Zeg wat je doet en doe wat je zegt.
5. Wees nieuwsgierig naar hun belevingswereld.
Leer hun wereld een beetje kennen. Toon interesse in wat hen bezighoudt, dat maakt het contact echter. Je zal merken dat het net mensen zijn!
Wil je dat jouw team beter en effectiever samenwerkt?
De incompany workshop Samen Werken helpt teams hun communicatie en samenwerking te verbeteren. Praktisch, interactief en direct toepasbaar in de dagelijkse praktijk.